Art. 39 Vierde Richtlijn 78/660/EEG
1. a ) Vlottende activa worden gewaardeerd tegen aanschaffings - of vervaardigingskosten , onverminderd het bepaalde sub b ) en c ) .
b) Op vlottende activa worden waardecorrecties toegepast ten einde ze in aanmerking te nemen tegen de lagere marktwaarde of in bijzondere omstandigheden tegen een andere lagere waarde die zij op de balansdatum bezitten .
c) De Lid-Staten kunnen toestaan dat buitengewone waardecorrecties plaatsvinden indien dit op redelijke economische gronden noodzakelijk wordt geoordeeld om te voorkomen dat in de naaste toekomst de aan de betrokken vermogensbestanddelen toegekende waarde ten gevolge van waardeschommelingen moet worden gewijzigd . Het bedrag van deze waardecorrecties moet afzonderlijk in de winst - en verliesrekening of in de toelichting worden vermeld .
d) De waardering tegen de lagere waarde als bedoeld sub b ) en c ) mag niet worden gehandhaafd wanneer de oorzaken van de waardecorrecties hebben opgehouden te bestaan .
e) Wanneer op vlottende activa louter voor belastingdoeleinden buitengewone waardecorrecties worden toegepast moet het bedrag van de correcties in de toelichting worden vermeld en naar behoren gemotiveerd .
2. De aanschaffings - en vervaardigingskosten worden berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 , leden 2 en 3 . De Lid-Staten kunnen ook artikel 35 , lid 4 , toepassen . In de vervaardigingskosten mogen geen verkoopkosten worden opgenomen .