Art. 7 Richtlijn 77/799/EEG, Geheimhouding
1. Alle inlichtingen waarover een Lid-Staat uit hoofde van deze richtlijn beschikt , worden in deze Lid-Staat geheim gehouden op dezelfde wijze als geschiedt met de gegevens welke deze Lid-Staat verkrijgt uit hoofde van de eigen nationale wetgeving .
Deze inlichtingen mogen in elk geval :
- alleen aan die personen ter kennis worden gebracht die bij de vaststelling van de belastingschuld of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belastingschuld rechtstreeks zijn betrokken ;
- daarenboven alleen in gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast , ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld , uitsluitend aan die personen ter kennis worden gebracht die rechtstreeks bij deze procedures zijn betrokken ; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld , indien de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die de inlichtingen verstrekt , daar geen bezwaar tegen heeft ;
- uitsluitend worden gebruikt voor fiscale doeleinden of voor gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast , ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld .
2. Het bepaalde in lid 1 houdt niet in dat een Lid-Staat waarvan de wetgeving of de administratieve praktijk voor nationale doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in dit lid zijn vervat , gehouden is tot het verstrekken van inlichtingen indien de Staat waarvoor deze zijn bestemd , zich niet verbindt deze verdergaande beperkingen in acht te nemen .
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende Lid-Staat toestaan dat in de Lid-Staat die de inlichtingen ontvangt , deze ook voor andere doeleinden worden gebruikt , indien de wetgeving van de inlichtingen verstrekkende Lid-Staat in het eigen land een gelijksoortig gebruik onder overeenkomstige omstandigheden toestaat .
4. Wanneer de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat heeft ontvangen , van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Lid-Staat , kan zij de betrokken inlichtingen met toestemming van de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt , doorgeven aan de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat .