Art. 3 Richtlijn 77/504/EEG
Op voorstel van de Commissie stelt de Raad voor 1 juli 1980 de communautaire bepalingen vast voor de toelating van raszuivere fokrunderen tot de voortplanting .
Totdat deze bepalingen van kracht worden , blijven de toelating van raszuivere fokrunderen tot de voortplanting en de toelating van stieren die voor kunstmatige inseminatie zijn bestemd alsmede het gebruik van sperma en van bevruchte eicellen onderworpen aan de nationale wetgeving , met dien verstande dat die niet stringenter mag zijn dan die welke in de Lid-Staat van bestemming van toepassing is op de raszuivere fokrunderen , het sperma en de bevruchte eicellen .