Art. 1 Richtlijn 77/453/EEG

Richtlijn 77/453/EEG

1. De Lid-Staten stellen de afgifte van diploma's , certificaten en andere titels van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger , als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 77/452/EEG , afhankelijk van het slagen voor een examen dat waarborgt dat de betrokkene in de loop van zijn opleiding :

a) voldoende kennis heeft verworven van de wetenschappen waarop de algemene ziekenverpleging is gebaseerd , met inbegrip van voldoende kennis van het organisme , de fysiologie en het gedrag van de gezonde en van de zieke mens , alsmede van het verband tussen de gezondheidstoestand en de stoffelijke en sociale omgeving van de mens ;

b) voldoende kennis heeft verworven van de aard en de ethiek van het beroep en van de algemene beginselen betreffende gezondheid en verpleging ;

c) voldoende klinische ervaring heeft opgedaan ; deze ervaring , bij de keuze waarvan de vormende waarde voorop dient te worden gesteld , moet worden opgedaan onder toezicht van geschoold verpleegkundig personeel en op plaatsen waar de numerieke omvang van het geschoolde personeel en de uitrusting geschikt zijn voor de verpleging van zieken ;

d) de kundigheid heeft verworven om deel te nemen aan de opleiding van het op het gebied van de gezondheidszorg werkzame personeel , en ervaring heeft opgedaan op het stuk van samenwerking met dit personeel ;

e) ervaring heeft opgedaan op het stuk van samenwerking met andere personen die op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam zijn .

2. De in lid 1 bedoelde opleiding omvat ten minste :

a) een algemene schoolopleiding van 10 jaar , bekroond door een diploma , certificaat of andere titel , afgegeven door de bevoegde autoriteiten of instanties van een Lid-Staat , of een certificaat ten bewijze dat men geslaagd is voor een gelijkwaardig toelatingsexamen voor de verplegersscholen ;

b) een specifieke full-time beroepsopleiding die betrekking moet hebben op de stof van het in de bijlage van deze richtlijn vermelde studieprogramma en die drie studiejaren dan wel 4 600 uur theoretisch en praktisch onderwijs omvat .

3. De Lid-Staten zien erop toe dat de met de verplegersopleiding belaste instelling verantwoordelijk is voor de coordinatie tussen theorie en praktijk gedurende het gehele studieprogramma .

Het theoretische en technische onderwijs , bedoeld in deel A van de bijlage , moet in evenwicht worden gebracht en worden gecoordineerd met het klinische onderwijs , bedoeld in deel B van dezelfde bijlage , zodat de in lid 1 aangegeven kennis en ervaring op voldoende wijze kan worden verworven en opgedaan .

Voor het klinische onderwijs moeten stages onder leiding worden gevolgd in ziekenhuisafdelingen of bij andere instellingen voor gezondheidszorg , zoals centra voor wijkverpleging , welke door de bevoegde autoriteiten of instanties worden erkend . Tijdens deze opleiding nemen de leerling-verplegers deel aan de werkzaamheden van de betrokken diensten voor zover deze werkzaamheden bijdragen tot hun opleiding . Zij worden vertrouwd gemaakt met de verantwoordelijkheden die aan de verpleegkundige hulp verbonden zijn .

4. Uiterlijk vijf jaar na kennisgeving van deze richtlijn besluit de Raad , aan de hand van een onderzoek van de situatie , op voorstel van de Commissie , of de bepalingen van lid 3 betreffende de evenwichtige verdeling tussen enerzijds het theoretische en technische onderwijs en anderzijds het klinische onderwijs van ziekenverpleger , moeten worden gehandhaafd of gewijzigd .

5. De Lid-Staten kunnen gedeeltelijke vrijstelling verlenen aan personen die een deel van de in lid 2 , sub b ) , bedoelde opleiding hebben gevolgd in het kader van andere opleidingen van ten minste gelijkwaardig niveau .

Uitspraken die dit artikel aanhalen