Art. 1 Richtlijn 76/914/EEG
1. Het minimumniveau van de opleiding tot bestuurder in het goederenvervoer over de weg , bedoeld in artikel 5 , lid 1 , sub b ) , tweede streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 , of tot bestuurder in het personenvervoer over de weg , bedoeld in lid 2 , sub c ) , van genoemd artikel , wordt geacht te zijn bereikt door een ieder die in het bezit is van het vereiste nationale rijbewijs en die een beroepsopleiding heeft ontvangen die ten minste de in de bijlage van deze richtlijn genoemde onderwerpen omvat .
2. Het programma en de wijze van organisatie van de in lid 1 bedoelde beroepsopleiding worden door de Lid-Staat vastgesteld . De opleiding wordt afgesloten met een examen of met een controle door de Staat of door daartoe door de Staat aangewezen instanties die rechtstreeks onder diens toezicht optreden .
3. De Lid-Staten kunnen van bestuurders die op hun grondgebied nationaal vervoer verrichten , evenals van bestuurders in het internationale vervoer met voertuigen die bij hen zijn geregistreerd , eisen dat zij een opleiding volgen die meer omvat dan in de bijlage is bepaald . Dat kan een opleiding zijn die reeds in een Lid-Staat bestaat of die een Lid-Staat besluit in de toekomst in te voeren .