Art. 82 Verordening (EEG) nr. 574/72, Verklaring betreffende de gezinsleden die in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de uitkeringen

Verordening (EEG) nr. 574/72

1. Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 68, lid 2, van de verordening is de belanghebbende verplicht aan het bevoegde orgaan een verklaring over te leggen met betrekking tot zijn gezinsleden die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan die waar zich bedoeld orgaan bevindt.

2. Deze verklaring wordt afgegeven door het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan deze gezinsleden wonen. Hierin moet worden bevestigd dat de gezinsleden niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van werkloosheidsuitkeringen die aan een andere persoon krachtens de wettelijke regeling van bedoelde Lid-Staat verschuldigd zijn.

De verklaring is geldig gedurende twaalf maanden na de datum van afgifte. Zij kan worden vernieuwd; in dit geval loopt de geldigheidsduur vanaf de datum van de vernieuwing. De belanghebbende is verplicht het bevoegde orgaan onmiddellijk kennis te geven van elk feit waardoor genoemde verklaring moet worden gewijzigd. Een dergelijke wijziging wordt van kracht op de dag waarop dit feit zich heeft voorgedaan.

3. Indien het orgaan dat de in lid 1 bedoelde verklaring afgeeft, niet kan bevestigen dat de gezinsleden niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van werkloosheidsuitkeringen, die aan een andere persoon verschuldigd zijn krachtens de wettelijke regeling van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan zij wonen, vult de belanghebbende bedoelde verklaring, op het tijdstip dat hij haar bij het bevoegde orgaan indient, in die zin aan.

Het bepaalde in lid 2, tweede alinea, is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende verklaring.

Toepassing van artikel 69 van de verordening