Art. 21 Verordening (EEG) nr. 574/72, Verstrekkingen ingeval de verblijfplaats in een andere Lid-Staat dan de bevoegde Staat ligt — Andere werknemers dan de in artikel 20 van de toepassingsverordening bedoelde werknemers of zelfstandigen
1. Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 22, lid 1, onder a), i), van de verordening, anders dan in het in artikel 20 van de toepassingsverordening bedoelde geval, is de werknemer of zelfstandige verplicht aan het orgaan van de verblijfplaats een verklaring over te leggen, waarin wordt bevestigd dat hij recht op de verstrekkingen heeft. In deze verklaring die op verzoek van de belanghebbende door het bevoegde orgaan zo mogelijk wordt afgegeven voordat hij het grondgebied van de Lid-Staat waar hij woont verlaat, wordt in voorkomend geval met name de maximumduur vermeld waarover de verstrekkingen mogen worden toegekend overeenkomstig de wettelijke regeling van de bevoegde Staat. Indien de werknemer of zelfstandige deze verklaring niet overlegt, verzoekt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan daarom.
2. Artikel 17, leden 6, 7 en 9, van de toepassingsverordening is van overeenkomstige toepassing.