Art. 29 Richtlijn 71/305/EEG

Richtlijn 71/305/EEG

1. De criteria aan de hand waarvan de aanbestedende diensten een opdracht gunnen , zijn :

- hetzij alleen de laagste prijs ;

- hetzij , indien gunning aan de inschrijver met de economisch voordeligste aanbieding plaatsvindt , verschillende criteria die variëren naar gelang van de aard van de opdracht , zoals prijs , uitvoeringstermijn , gebruikskosten , rentabiliteit , technische waarde .

2. In dit laatste geval vermelden de aanbestedende diensten in het bestek of in de aankondiging van de opdracht , alle gunningscriteria die , naar zij voorzien , zullen worden gehanteerd , zo mogelijk in afnemende volgorde van het belang dat eraan wordt gehecht .

3. Het criterium van de prijs die volgens de geldende nationale regels wordt berekend ( Italiaanse procedure van de geheime enveloppe ) , kan voor opdrachten voor een geraamd bedrag van niet meer dan 10 miljoen rekeneenheden gedurende een periode van 3 jaar , en voor opdrachten voor een geraamd bedrag van 1 tot 2 miljoen rekeneenheden gedurende een periode van 7 jaar , na het verstrijken van de in artikel 32 gestelde termijn verder worden toegepast .

4. Lid 1 is niet van toepassing wanneer een Lid-Staat in het kader van voorschriften welke aan bepaalde inschrijvers , uit hoofde van steun , preferentie verlenen , voor de gunning van opdrachten van andere criteria uitgaat , mits de aangehaalde regeling verenigbaar is met het Verdrag en in het bijzonder met de artikelen 92 en volgende .

5. Ingeval voor een bepaalde opdracht inschrijvingen worden gedaan die in verhouding tot het uit te voeren werk duidelijk abnormaal laag zijn , onderzoekt de aanbestedende dienst de samenstelling daarvan , alvorens te besluiten tot gunning van de opdracht . Hij houdt rekening met het resultaat van dit onderzoek .

Met het oog daarop verzoekt hij de inschrijver de nodige motiveringen te verstrekken , en laat hij hem eventueel weten , welke er onaanvaardbaar worden geacht .

Indien de documenten betreffende de opdracht de bepaling inhouden dat de opdracht wordt gegund aan de laagste inschrijver , dient de aanbestedende dienst het afwijzen van de te laag geachte aanbiedingen tegenover het Raadgevend Comité , ingesteld bij besluit van de Raad van 26 juli 1971 ( 6 ) , met redenen te omkleden .

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen