Art. 3 Verordening (EEG) nr. 1107/70
Onverminderd de bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1192/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de normalisatie van de rekeningstelsels van de spoorwegondernemingen en van Verordening ( EEG ) nr . 1191/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende het optreden van de Lid-Staten ten aanzien van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen op het gebied van het vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren , worden door de Lid-Staten slechts in de hierna genoemde gevallen en onder de volgende voorwaarden coordinatiemaatregelen getroffen of met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen opgelegd die de toekenning van steun uit hoofde van artikel 77 van het Verdrag ten gevolge hebben :
1. voor zover het de coordinatie op het gebied van het vervoer betreft :
a) wanneer de steunmaatregelen voor de spoorwegondernemingen die niet onder Verordening ( EEG ) nr . 1192/69 vallen , bestemd zijn om de extra lasten te compenseren die deze ondernemingen ten opzichte van andere vervoerondernemingen dragen uit hoofde van een van de in die verordening opgenomen normalisatiecategorieën ;
b) tot het in werking treden van gemeenschappelijke voorschriften inzake de toerekening van de kosten van de weg , wanneer de steun wordt toegekend aan ondernemingen die de kosten van de door hen gebruikte infrastructuur moeten dragen , terwijl andere ondernemingen zulks niet doen ; bij de beoordeling van de hoogte der aldus toegekende steun moet rekening worden gehouden met de infrastructuurkosten welke de concurrende takken van vervoer niet behoeven te dragen ;
c) wanneer de steunmaatregelen ten doel hebben :
- hetzij het vergemakkelijken van het onderzoek naar voor de Gemeenschap economischer vormen en technieken van vervoer ,
- hetzij het vergemakkelijken van de ontwikkeling van voor de Gemeenschap economischer vormen en technieken van vervoer ;
deze steunmaatregelen moeten beperkt blijven tot het experimentele stadium en mogen geen betrekking hebben op het stadium van de commerciële exploitatie van genoemde vormen en technieken van vervoer ;
d) tot het in werking treden van communautaire voorschriften betreffende de toegang tot de vervoermarkt , wanneer de steun tijdelijk en bij wijze van uitzondering wordt toegekend om in het kader van een saneringsplan een overcapaciteit te doen verdwijnen , die ernstige structurele moeilijkheden met zich brengt en om aldus een bijdrage te leveren om beter te voldoen aan de behoeften van de vervoermarkt ;
2. voor zover het de vergoeding van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen betreft :
tot de inwerkingtreding van communautaire voorschriften daaromtrent , wanneer de uitkeringen worden gedaan aan vervoerondernemingen die vervoer per spoor , over de weg en over de binnenwateren verrichten , ter compensatie van de openbare dienstverplichtingen die hun werden opgelegd door de Staat of door openbare lichamen , en die betrekking hebben
- ofwel op tariefplichten die niet zijn genoemd in artikel 2 , lid 5 , van Verordening ( EEG ) nr . 1191/69 ,
- ofwel op de vervoerondernemingen of de vervoeractiviteiten die van de werkingssfeer van die verordening zijn uitgesloten .
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 75 , lid 3 , van het Verdrag kan de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de in de leden 1 en 2 voorkomende opsomming wijzigen .