ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:897

Bij besluit van 15 april 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat onder oplegging van een dwangsom [appellant] gelast werken die zijn opgericht op de percelen aan de [locatie] te Velden, zonder dat daarvoor op grond van de Waterwet een vergunning is verleend of melding is gedaan, te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van de percelen, waarop hij een camping exploiteert. De percelen zijn gelegen aan de rechterzijde van de rivier de Maas en bevinden zich in het rivierbed. In 1993 en 1995 hebben ernstige overstromingen van gronden langs de Maas plaatsgevonden, die ook de percelen hebben getroffen. Als gevolg van de hoogwaterstanden hebben verschillende bouwwerken schade opgelopen. [appellant] heeft deze bouwwerken in een periode van een aantal jaren gesloopt en een deel daarvan herbouwd. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de persoonlijke omstandigheden van [appellant] aanleiding vormen voor verbeurte van dwangsommen per bouwwerk en per tijdseenheid in plaats van een verbeurte van het volledige bedrag ineens na een half jaar. Om die reden heeft de rechtbank zelf in de zaak voorzien en heeft zij alsnog een lagere dwangsom per bouwwerk bepaald. De rechtbank heeft [appellant] een termijn van vier weken gegeven om te voldoen aan de last. [appellant] kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak. In hoger beroep beoogt hij een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar te bewerkstelligen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken