ABRvS 7 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:73
Bij besluit van 15 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van betrokkene als gemeenschapsonderdaan beëindigd en haar ongewenst verklaard. Bij besluit van 20 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Betrokkene heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft haar verblijfsrecht beëindigd en haar ongewenst verklaard, omdat het persoonlijk gedrag van betrokkene een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. De rechtbank Den Haag heeft betrokkene op 18 december 2020 veroordeeld wegens doodslag tot een gevangenisstraf van negen jaar. Betrokkene heeft een minderjarige zoon die sinds haar detentie bij zijn vader, die de ex-partner van betrokkene is, verblijft. De ex-partner heeft de Poolse nationaliteit en woont en werkt in Nederland. De zoon van betrokkene heeft ook de Poolse nationaliteit. Betrokkene verblijft nog in detentie.
De uitspraak op rechtspraak.nl