ABRvS 19 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:6181
Ten aanzien van zaak nr. 202505945/1/A2, die op 26 oktober 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Den Ouden, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 16 oktober 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Staatsraad Den Ouden heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat mr. D.K. Jongkind zich namens verweerder als gemachtigde heeft gesteld. Mr. Jongkind is vorig jaar gepromoveerd aan de Universiteit Leiden en staatsraad Den Ouden was één van haar promotoren. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het beroep te voorkomen, heeft staatsraad Den Ouden verzocht om verschoning.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
202505945/2/A2.
Datum beslissing: 19 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van:
mr. W. den Ouden
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202505945/1/A2, die op 26 oktober 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Den Ouden, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 16 oktober 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1 Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2 Staatsraad Den Ouden heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat mr. D.K. Jongkind zich namens verweerder als gemachtigde heeft gesteld. Mr. Jongkind is vorig jaar gepromoveerd aan de Universiteit Leiden en staatsraad Den Ouden was één van haar promotoren. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het beroep te voorkomen, heeft staatsraad Den Ouden verzocht om verschoning.
3 De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
4 Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Van Ewijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026
867