ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5171

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college an burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen plaatsing van een buitenunit van een airco-installatie (de airco-unit) aan de gevel van de woning aan de [locatie] in Ulft, afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de airco-unit op de zijmuur van de woning van zijn buren [persoon A] en [persoon B]. Volgens [appellant] veroorzaakt de airco-unit geluidoverlast. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen bij het besluit van 15 juli 2021. Bij besluit van 13 januari 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In haar uitspraak van 28 juni 2023 in zaak nr. 22/1100 heeft de rechtbank (kort gezegd) geoordeeld dat het college ten onrechte geen geluidmeting heeft gedaan. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt met inachtneming van haar uitspraak. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft het college geluidmetingen laten uitvoeren. De conclusie daarvan is dat de airco-unit in de maximale bedrijfsstand in de nachtperiode een te hoog geluidsniveau op de gevel van de woning van [appellant] veroorzaakt, namelijk 42 dB(A), inclusief een correctie voor de gevelreflectie en een toeslag voor tonaal geluid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen