ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4569
Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landerd het verzoek om een in twee fasen verleende omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu en bouwen ten behoeve van het oprichten van een varkenshouderij aan de [locatie] in Zeeland (de varkenshouderij) in te trekken of te wijzigen, afgewezen. Deze zaak draait om een verzoek om de eerder verleende omgevingsvergunning van de varkenshouderij in te trekken of te wijzigen. [appellant A] is de exploitant van de varkenshouderij en maakt daarbij gebruik van een combiluchtwasser. Uit een onderzoek van de Wageningen University & Research (WUR) uit 2018 is gebleken dat combiluchtwassers een veel lager geurreductiepercentage hebben dan eerst werd aangenomen. Naar aanleiding van dit onderzoek is de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) gewijzigd. Het geurreductiepercentage van de combiluchtwasser BWL 2009.12.V4 is verlaagd van 85% naar 45% en de bijbehorende geuremissiefactoren zijn verhoogd. Het college is ervan uitgegaan dat op twee adressen in de directe omgeving van de varkenshouderij een geurbelasting zal optreden van meer dan 30 odour units per m3 (Ou/m3) (berekend met het toen geldige model V-stacks 2010). Volgens de verzoekers moet de omgevingsvergunning van de varkenshouderij worden ingetrokken of gewijzigd, omdat deze hoge geurbelasting een ontoelaatbaar milieugevolg is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Den Haag 25 maart 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:431
- ABRvS 21 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2418
- Rb. Den Haag 14 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9119
- ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3101
- ABRvS 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:108
- ABRvS 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:245
- ABRvS 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3609
- ABRvS 19 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7699
- ABRvS 20 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1906