ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4398

Bij beslissing van 13 januari 2026 heeft de afdelingsmanager, namens het college, het verzoek van [appellant] tot toelating tot de beroepsopleidende leerweg (BOL-leerweg) facilitair medewerker niveau 2 afgewezen. Bij beslissing van 12 maart 2026 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft verzocht om toelating tot de BOL-leerweg facilitair medewerker niveau 2. Dat verzoek is bij het besluit van 13 januari 2026 afgewezen, omdat de rest van de groep studenten die start met deze BOL-opleiding een zeer kwetsbare doelgroep is van voornamelijk jonge vrouwen, en ook omdat [appellant] baat heeft bij meer begeleiding om een opleiding op mbo-niveau 2 te kunnen afronden. De afdelingsmanager acht de beroepsbegeleidende leerweg (BBL-leerweg) via een leertraject van MBO voor Professionals ( ‘De Tussenvoorziening’) daarom passender. In dit traject werken mensen die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van volwassenen in de opleiding en het vinden van een passende plek op de arbeidsmarkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken