ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3653
De Afdeling heeft bij uitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:954, het hoger beroep van SSWT gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2021 vernietigd, de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 4 juni 2019 vernietigd en de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen nieuwe besluiten te nemen en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De minister is in de nieuwe besluiten voor alle drie de projecten teruggekomen van zijn standpunt dat door SSWT meermaals dezelfde praktijkopleiding is gedeclareerd. De minister handhaaft in die besluiten wel zijn standpunt dat niet op basis van facturen maar op basis van de werkelijke interne kosten gedeclareerd had moeten worden en dat SSWT in haar administratie onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt van welke organisatie de gedeclareerde facturen afkomstig zijn, door wie deze facturen zijn betaald en wat de onderlinge verhouding tussen die organisaties is. SSWT heeft daarom niet voldaan aan het vereiste van artikel 16, eerste lid, van de Subsidieregeling ESF 2007-2013 (Subsidieregeling), aldus de minister.
De uitspraak op rechtspraak.nl