ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3582

Bij besluit van 19 februari 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag afgewezen. [wederpartij] heeft op 31 december 2024 een aanvraag om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag gedaan. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat deze na afloop van de termijn van artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) is ingediend. [wederpartij] heeft aangevoerd dat zij tijdens de aanmeldtermijn kampte met ernstige fysieke en psychische klachten en dat zij te maken had met verlies van dierbaren, waardoor zij niet tijdig een aanvraag kon doen. Volgens de Dienst Toeslagen zijn dit geen bijzondere omstandigheden die maken dat de te laat ingediende aanvraag toch inhoudelijk moet worden beoordeeld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de aanvraag met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 9.1 van de Wht wel inhoudelijk had moeten beoordelen. De Dienst Toeslagen heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op zijn hoger beroep is beslist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen