ABRvS 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3167
Bij besluiten van 8 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie na de herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2017, 2018 en 2019. [appellant] heeft over de jaren 2017, 2018 en 2019 kinderopvangtoeslag ontvangen. Op 12 januari 2021 heeft hij verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over deze jaren. De Dienst Toeslagen heeft [appellant] op basis van de lichte toets als gedupeerde van de toeslagenaffaire aangemerkt en aan hem het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 uit de Catshuisregeling uitbetaald. De Dienst Toeslagen heeft zich in de besluiten van 8 september 2022 op het standpunt gesteld dat in de jaren 2017, 2018 en 2019 bij de vaststelling van het recht op kinderopvangtoeslag geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. Bij besluit van dezelfde datum heeft de Dienst Toeslagen geconcludeerd dat over deze jaren ook geen sprake is geweest van hardheid van het stelsel. [appellant] komt dus niet in aanmerking voor compensatie. Deze besluiten zijn genomen na advies van de Commissie van Wijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl