ABRvS 4 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3144
Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag vanaf het jaar 2013 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van [wederpartij] om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag op 2 januari 2024, na afloop van de wettelijke termijn, is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden waardoor hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen en dat hij de aanvraag gegeven de omstandigheden niet onredelijk laat heeft ingediend. De termijnoverschrijding is dus verschoonbaar, waardoor de Dienst Toeslagen de aanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling moet nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl