ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2898

Bij afzonderlijke besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant A] en [appellant B] ieder afzonderlijk een bestuurlijke boete van € 110.000,- opgelegd. [appellant A] en [appellant B] waren tot medio januari 2015 de bestuurders van [vennootschap], waarbij personen uit Letland via [uitzendbureau] te werk werden gesteld bij diverse bedrijven, zogeheten inleners. [appellant A] dan wel [appellant B] ondertekenden als "general director" namens [vennootschap] met de personen uit Letland overeenkomsten met de vermelding `Work experience contract’ (werkervaringscontract). Naar aanleiding van meerdere meldingen van misstanden bij onder andere [vennootschap] is door het Interventieteam Uitzendbureaus, waar arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Arbeidsinspectie) deel van uitmaakten, op 24 maart 2015 een onderzoek gestart. Het onderzoek vond onder andere plaats in het kader van een controle op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Tijdens het onderzoek zijn enkele bedrijven die personeel van [vennootschap] hadden ingeleend bezocht en zijn meerdere getuigen gehoord. De minister is ook een onderzoek gestart naar [appellant A] en [appellant B]. Naar aanleiding van het onderzoek hebben arbeidsinspecteurs van de Arbeidsinspectie op 14 maart 2019 boeterapporten opgesteld. Op 3 april 2019 heeft de minister een voornemen tot oplegging van een boete aan [appellant A] en [appellant B] gestuurd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken