ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2893

Bij beslissing van 10 mei 2025 heeft de opleidingsmanager, namens de decaan van de faculteit Maatschappij en Recht, [appellant] een formele schriftelijke waarschuwing gegeven. In april 2025 heeft de studentendecaan een klacht tegen [appellant] ingediend. De klacht zag op uitlatingen die [appellant], dan wel zijn gemachtigde namens hem, in een beroepsprocedure in schriftelijke stukken heeft gedaan. Het ging de studentendecaan om drie punten in het beroepschrift. [appellant] zou hebben gesteld dat de studentendecaan hem verzocht had zijn broek naar beneden te doen om een wond op zijn been te laten zien. Vervolgens heeft [appellant] gesteld dat de studentendecaan de verklaring van de huisarts in twijfel trok en toestemming heeft gevraagd om zelf contact op te nemen met de arts. Tot slot stond in datzelfde stuk de zin ‘Het eisen van en neuzen in medische gegevens is in dit geval uit den boze, kan en mag geen rol spelen.’ Naar aanleiding van de klacht is [appellant] uitgenodigd voor een hoorgesprek, maar daar niet verschenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken