ABRvS 13 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2763

De minister heeft op 3 augustus 2022, gehandhaafd bij besluit van 7 augustus 2023, vastgesteld dat de woning van [verzoekster] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Naar aanleiding van het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep heeft de Afdeling bij tussenuitspraak van 2 oktober 2024 de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van de overwegingen ervan, de gebreken in het besluit van 7 augustus 2023 te herstellen. [verzoekster] heeft verzocht om herziening van de tussenuitspraak van 2 oktober 2024. Daarbij wijst [verzoekster] erop dat zij pas op 23 september 2025 ermee bekend is geworden dat de Tijdelijke commissie versterking (TCV) genoemd in artikel 8, gelezen in samenhang met artikel 15, van het Besluit versterking gebouwen Groningen (BvgG), niet is ingesteld om over versterkingszaken te beslissen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken