ABRvS 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2583
Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft Zorginstituut Nederland aan ASR een vereveningsbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet voor het jaar 2024 toegekend. ASR is het niet eens met de hoogte van de ex ante toekenning van de risicovereveningsbijdrage voor het jaar 2024. De Afdeling beoordeelt in deze uitspraak de gronden die ASR heeft aangevoerd tegen de vaststelling van de hoogte van deze toekenning door het Zorginstituut. De gronden van ASR zien allereerst op de in de Regeling risicoverevening 2024 gehanteerde normbedragen. Deze zijn geschat met behulp van zogenaamde voorwaardelijke regressie. Risicoverevening beoogt verschillen in zorgkosten tussen gezonde en ongezonde verzekerden te compenseren. Daartoe ontvangen zorgverzekeraars een vereveningsbijdrage uit het Zorgverzekeringsfonds. ASR betoogt dat de minister buiten zijn regelgevende bevoegdheid is getreden door voorwaardelijke regressie in te voeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl