ABRvS 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2568
Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk ingewilligd. Bij brief van 15 september 2023 heeft [appellant] met een beroep op artikel 5.5 van de Woo het college verzocht om verstrekking van hem betreffende documenten. Het college heeft dit verzoek deels ingewilligd, en verder de verstrekking geweigerd voor zover de documenten al openbaar zijn of al aan hem zijn verstrekt. Het college heeft bij besluit van 16 april 2024 het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de weigering van de verstrekking onvoldoende heeft gemotiveerd door enkel te verwijzen naar een eerder besluit op een inzageverzoek van [appellant] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De rechtbank heeft het besluit daarom vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ter zitting deze motivering alsnog gegeven door toe te lichten dat de stukken waar [appellant] om heeft verzocht voor een deel overeenkomen met de stukken in het AVG-verzoek, en dat die onder de Woo op dezelfde wijze aan [appellant] zouden worden verstrekt als onder de AVG.
De uitspraak op rechtspraak.nl