ABRvS 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2426
Op 16 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden geweigerd in de basisregistratie personen (brp) op te nemen dat [appellante] woont op het adres [locatie] in Leiden. [appellante] heeft op 8 maart 2024 aangifte gedaan en verzocht om per 2 maart 2024 te worden ingeschreven op het adres [locatie] in Leiden. Het college heeft op 4 april 2024 het voornemen geuit de inschrijving te weigeren. Na een zienswijze heeft het college op 25 april 2024 opnieuw het voornemen geuit om de inschrijving te weigeren. Naar aanleiding van de nieuwe zienswijze heeft het college besloten [appellante] niet in te schrijven. Tijdens het gemaakte bezwaar, heeft [appellante] de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Omdat afspraken waren gemaakt, heeft [appellante] het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en heeft het college haar ingeschreven per 8 maart 2024. Deze besluitvorming heeft de rechtbank rechtmatig geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl