ABRvS 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2405
Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen het verzoek van [appellante] om compensatie over de toeslagjaren 2008 tot en met 2011 afgewezen. Aan de afwijzing in het besluit van 10 juni 2021 heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat na herbeoordeling is gebleken dat geen fouten zijn gemaakt bij het vaststellen van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2011. Ook is [appellante] niet beticht van opzet of grove schuld, zodat geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. In het besluit van 22 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen, omdat de wijzigingen in kinderopvangtoeslag over de genoemde jaren zijn doorgevoerd op basis van door [appellante] doorgegeven wijzigingen. Evenmin is sprake van onterecht weigeren van een persoonlijke betalingsregeling. Verder heeft [appellante] niet op de Fraude Signalering Voorziening-lijst gestaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl