ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2294
Bij brief van 23 december 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan FNV medegedeeld dat zij niet wordt toegelaten als belanghebbende in een eventuele bestuurlijke boeteprocedure die kan volgen op het boeterapport over de transportonderneming. FNV komt op voor de belangen van haar leden. Om die reden heeft zij de arbeidsomstandigheden en arbeidstijden van vrachtwagenchauffeurs onderzocht. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat de regels over de rusttijden niet altijd worden gevolgd. Zo brengen chauffeurs onder meer de weekeinden in de cabine van hun voertuigen door. De resultaten van dit onderzoek heeft FNV neergelegd in de notitie [bedrijf] en aangeboden aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De ILT heeft de resultaten meegenomen in haar eigen onderzoek en geconcludeerd dat de transportonderneming boetes moet krijgen. FNV wil betrokken zijn bij de totstandkoming van het besluit tot boeteoplegging en bezwaar kunnen maken tegen de opgelegde boetes. De minister en de rechtbank vinden echter dat dat niet kan. In dit hoger beroep gaat het onder meer om de vraag of FNV belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bij het besluit van de minister om aan de transportonderneming een bestuurlijke boete op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl