ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2290
Bij besluit van 7 januari 2023 heeft de burgemeester van Maassluis aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen, tot 17 januari 2023. [appellant] woont samen met [persoon] aan de [locatie] in Maassluis. De burgemeester heeft aan [appellant] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen na een incident dat op 7 januari 2023 heeft plaatsgevonden. De burgemeester heeft het besluit tot oplegging van het hui verbod gebaseerd op een door de politie opgesteld Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG). De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. De burgemeester wijst erop dat het huisverbod al lang geleden is geëindigd en dat [appellant] heeft nagelaten om hangende het beroep bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.
De uitspraak op rechtspraak.nl