ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2278
Bij besluit van 3 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens in de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 oktober 2019 gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft tot 1 juli 2011 gewerkt bij de gemeente Rotterdam. Hij is ontslagen nadat er verdenkingen waren dat [appellant] fraudeerde. Daarover zijn meerdere procedures gevoerd bij de strafrechter en de burgerlijke rechter. [appellant] wil weten welke persoonsgegevens van hem door de gemeente zijn verwerkt in de periode van deze procedures. Het college heeft [appellant] in totaal vier overzichten van zijn persoonsgegevens gegeven. [appellant] zegt dat hij met die overzichten niet kan controleren of zijn persoonsgegevens correct worden verwerkt en dat er meer persoonsgegevens moeten zijn. Bovendien zijn er volgens [appellant] meer verwerkingen van zijn persoonsgegevens geweest dan op de overzichten staan onder meer door uitwisseling van de verslagen van de regio-overleggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl