ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:226

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant sub 2] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming om inzage van zijn persoonsgegevens in de Fraudesignaleringsvoorziening ingewilligd en de verzoeken op grond van de artikelen 16 en 17 van de AVG om rectificatie en wissing van die gegevens afgewezen. Bij brief van 20 mei 2021 heeft de minister [appellant sub 2] ervan op de hoogte gesteld dat zijn gegevens waren opgenomen in de FSV. Bij brief van 25 juni 2021 heeft [appellant sub 2], voor zover in hoger beroep aan de orde, de minister verzocht om inzage in alle persoonsgegevens in zijn FSV-dossier en om rectificatie en wissing daarvan. Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat tot nader order geen gegevensverwerkingen in de FSV worden gewist. De minister is in het besluit op het daartegen door [appellant sub 2] gemaakte bezwaar bij de afwijzing van de verzoeken om rectificatie en wissing gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister bij het besluit van 28 oktober 2021 ten onrechte niet de informatie over de bron van de gegevens in de FSV heeft verstrekt, maar dat de minister die gegevens in de beroepsfase alsnog heeft verstrekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken