ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2036

Bij besluiten van 4 april 2014 en 3 maart 2015 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan [appellante A], [visserijbedrijf B], Jaczon Visserij Maatschappij Bravo b.v. en [visserijbedrijf C], toestemming verleend voor het uitoefenen van de pulsvisserij voor een periode van vijf jaar. Deze zaak gaat, evenals de zaken met zaaknummers 202101773/1/A3, 202106657/1/A3 en 202106660/1/A3 over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes -pulsen- wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet. Appellanten in de zaken die de Afdeling gevoegd heeft behandeld op zitting hadden allen een vergunning voor pulsvisserij. Zij kunnen in drie groepen worden verdeeld. Groep 1 bestaat uit bedrijven met een vergunning voor het vissen met pulsen voor onbepaalde tijd. Groep 2 had een vergunning voor bepaalde tijd, die werd verleend met het oog op meerjarig onderzoek naar de effecten van pulsvisserij. Groep 3 had een vergunning voor vijf jaar ten behoeve van een onderzoek naar de zogenoemde aanlandplicht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken