ABRvS 1 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1808

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant sub 1] een boete opgelegd van € 22.500,- voor het niet hebben van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van haar werknemers. [appellant sub 1] exploiteert een tuindersbedrijf. Op 22 juni 2021 heeft de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle uitgevoerd bij [appellant sub 1] op de locatie aan de [locatie] in [plaats]. De controle was gericht op de naleving van de Arbeidstijdenwet (hierna: Atw) in de periode van 1 maart 2021 tot en met 20 juni 2021. De bevindingen van de controle zijn neergelegd in een boeterapport van 15 april 2022. De minister heeft naar aanleiding van het boeterapport besloten om aan [appellant sub 1] een boete van € 22.500,- op te leggen wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Atw. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant sub 1] geen deugdelijke registratie heeft bijgehouden van de arbeids- en rusttijden van haar werknemers, waardoor toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken