ABRvS 16 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1466

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. Op 5 oktober 2017 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Brabant Noord geconstateerd dat op het perceel van [verzoeker] een houtopstand is gekapt zonder dat daarvoor een melding is gedaan. De Omgevingsdienst heeft vervolgens [verzoeker] per brief erop gewezen dat hij voor 1 november 2020 moet voldoen aan zijn verplichting tot herbeplanting, als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Tijdens een inspectie van de toezichthouder op 13 januari 2023 is geconstateerd dat [verzoeker] de houtopstand niet heeft herplant. Daarom heeft het college [verzoeker] de last opgelegd binnen zes maanden op een bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn perceel voor 20,8 are te herplanten. Als [verzoeker] niet voldoet aan de last, verbeurt hij € 2.500,00 per maand per geconstateerde overtreding, tot een maximum bedrag van € 15.000,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat een houtwal van meer dan 10 are aanwezig was voor 2016, zodat [verzoeker] een herbeplantplicht heeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen