ABRvS 12 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1326
Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij afvallige is, omdat hij zich heeft afgewend van zijn geloof in de islam en atheïst is geworden. Ook heeft hij in Iran deelgenomen aan demonstraties in 2022. Nadat hij naar Nederland is gegaan, zijn er in Iran twee mannen aan zijn deur geweest die naar hem hebben gevraagd. Appellant vreest daarom in het vizier van de Iraanse autoriteiten te zijn gekomen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Hij acht het geloofwaardig dat appellant afvallige is, dat hij atheïst is en dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties. De minister acht het ongeloofwaardig dat de Iraanse autoriteiten het huis van appellant hebben bezocht. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat van appellant terughoudendheid verwacht mag worden bij het uiten van zijn afvalligheid en atheïsme en dat hij daarom bij terugkeer niet heeft te vrezen voor vervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1054
- ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:93
- ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:94
- ABRvS 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2793
- ABRvS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1968
- ABRvS 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735
- ABRvS 30 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5578
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:518