ABRvS 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1038

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, om binnen drie maanden de bewoning van de woning aan de [locatie] in Rotterdam (hierna: de woning) door meer dan twee personen die niet samen een huishouden vormen te beëindigen. Op basis van een controle op 11 mei 2022 heeft het college geconcludeerd dat [wederpartij] de woning zonder vergunning in gebruik heeft gegeven aan vijf personen die niet samen een huishouden vormen. Daarmee heeft [wederpartij] volgens het college het omzettingsverbod overtreden. Het college heeft aan [wederpartij] een last onder een dwangsom ter hoogte van € 12.900,00 opgelegd om die overtreding binnen drie maanden te beëindigen. [wederpartij] heeft in beroep onder andere gewezen op artikel 9 en 10 van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn) en heeft in dat verband aangevoerd dat het studentencriterium discriminatoir is en niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken