ABRvS 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:767
Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen. Op 10 juni 2020 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen het innemen van ligplaatsen en het plaatsen van aanlegconstructies aan de oever van de hoofdvaart ter hoogte en aan de zijde van de Indigoweg, huisnummers 69 en 83, in Rosmalen. Met het besluit op bezwaar van 10 maart 2021 heeft het college besloten om toch handhavend op te treden tegen het innemen van een ligplaats op de voornoemde locatie, omdat het college dat gedeelte van het water niet als een plek heeft aangewezen waar het is toegestaan een ligplaats in te nemen. Dat is in strijd met artikel 5:17, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening ’s-Hertogenbosch 2016, dus is er sprake van een overtreding. Tegen het plaatsen van aanlegconstructies kan niet handhavend worden opgetreden, omdat geen sprake is van een overtreding, aldus het college. Daarmee is [appellant] het niet eens.
De uitspraak op rechtspraak.nl