ABRvS 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6006
Bij besluit van 23 maart 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om erkenning van zijn beroepskwalificaties voor werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger afgewezen. [appellant] heeft een bedrijf dat beveiligingstrainingen organiseert en ook bij trainingen bemiddelt. Hij is in het bezit van certificaten van diverse opleidingen voor beveiliging die hij heeft gevolgd in het Verenigd Koninkrijk, dat destijds een EU-lidstaat was, en in Polen. Omdat [appellant] in Nederland als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger wilde werken, heeft hij een aanvraag gedaan om erkenning van zijn beroepskwalificaties zoals bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties. In bezwaar heeft de minister [appellant] opnieuw in de gelegenheid gesteld recent behaalde certificaten aan te leveren. [appellant] heeft van deze gelegenheid gebruikgemaakt en nieuwe certificaten aangeleverd. De SBB heeft hierover op 26 januari 2022 een aanvullend advies uitgebracht. Volgens de SBB konden ook deze gevolgde opleidingen vanwege hun korte duur niet worden vergeleken met een Nederlandse mbo-opleiding. De minister heeft in bezwaar de afwijzing van de erkenning van de beroepskwalificaties en de compenserende maatregel in stand gelaten. [appellant] heeft inmiddels de mbo-opleiding Beveiliger voor het mogen uitoefenen van de werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger in Nederland afgerond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8:88 Awb
- Artikel 9 Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
- Artikel 23b Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
- Artikel 5 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
- Artikel 6 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
- Artikel 8 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
- Artikel 9 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
- Artikel 11 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
- Artikel 13
- Artikel 13