ABRvS 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5842

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op 8 december 2023 is [appellante] op een locatie waar zij alleen rechtsaf mocht slaan, linksaf geslagen, waardoor zij tegen de verplichte rijrichting inreed. Naar aanleiding van dit incident heeft de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant op 8 december 2023 aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet, van het vermoeden dat [appellante] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van de categorie motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR bij het besluit van 15 februari 2024 aan [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs tot de uitslag van het onderzoek geschorst. Het CBR heeft aan dit besluit, gehandhaafd bij het besluit van 25 april 2024, ten grondslag gelegd dat het vermoeden bestaat dat [appellante] niet (langer) over de vereiste rijvaardigheid beschikt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken