ABRvS 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5759
Bij brief van 30 juni 2017 heeft [appellante] het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht om handhavend op te treden in verband met de in haar woning geïnstalleerde warmteterugwinning balansventilatie installatie en vanwege de geluidhinder vanuit de gemeenschappelijke ruimten onder haar woning aan de [locatie] in Rotterdam. [appellante] is eigenaar van het appartement aan de [locatie] in Rotterdam. Dit appartement maakt onderdeel uit van een appartementencomplex aan de Bergsingel in Rotterdam en is gelegen op de eerste verdieping boven de gemeenschappelijke ruimten. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2004 aan [bedrijf] een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor de bouw van dit appartementencomplex bestaande uit 139 woningen, een wijkzorgvoorziening en een parkeergarage. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellante] aan het college om handhavend op te treden, omdat volgens haar het appartementencomplex, waaronder haar woning, niet volledig overeenkomstig de verleende bouwvergunning is gebouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1b Wonw
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 8:68 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 3.9 Bouwbesluit
- Artikel 3.46 Bouwbesluit
- Artikel 3.48 Bouwbesluit
- Artikel 3.50 Bouwbesluit
- Artikel 3.53 Bouwbesluit
- Artikel 2.1 Wabo
- Artikel 2.3 Wabo
- Artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden