ABRvS 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5749

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een asielaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. [appellant] heeft op 30 november 2022 bezwaar aangetekend tegen zijn feitelijke overdracht aan Polen op 22 december 2022. Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de overdracht is geannuleerd. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 28 juni 2023 (zaak nr. NL23.3375) het beroep van [appellant] tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar gegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet bevoegd was een beslissing op het bezwaar te nemen, omdat de grondslag daarvoor ontbrak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken