ABRvS 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5676

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

BRS.25.001700
ECLI:NL:RVS:2025:5676
Datum uitspraak: 26 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 oktober 2025 in zaak nr. NL25.48306 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het voortduren van de bewaring ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J. van Bennekom, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1 De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).

1.1 Wat appellant aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.

2 De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025

644-1125

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken