ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5610

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante sub 1] een compensatie toe te kennen. [appellante sub 1] heeft op 25 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Bij het besluit van 24 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante sub 1] een compensatie toe te kennen. De Dienst Toeslagen heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de kinderopvangtoeslag van [appellante sub 1] over de jaren 2007 tot en met 2011 te laag is vastgesteld. Dit betekent dat geen sprake is van institutionele vooringenomenheid. Ook is niet gebleken dat de regels van de kinderopvangtoeslag te streng zijn toegepast. Bij het besluit van 29 december 2022 is de Dienst Toeslagen bij deze weigering gebleven.

De uitspraak op rechtspraak.nl