ABRvS 17 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5543
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Deze uitspraak gaat over de uitleg en toepassing van artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000. Daarin staat dat de minister binnen zes maanden na de ontvangst van een asielaanvraag een besluit moet nemen. Partijen verschillen van mening over het moment waarop de asielaanvraag volgens die bepaling is ontvangen en wanneer de beslistermijn dus aanvangt. Betrokkene stelt dat moet worden uitgegaan van het moment waarop hij zich in persoon heeft gemeld bij de autoriteiten. Daarom moet volgens betrokkene worden uitgegaan van de datum van de zogenoemde loopbrief. Dit is een brief die een vreemdeling van de minister ontvangt op het moment dat die vreemdeling zich voor het eerst heeft gemeld bij een aanmeldcentrum van de IND. De minister stelt daarentegen dat moet worden uitgegaan van het moment waarop een vreemdeling zijn asielaanvraag formeel heeft ingediend met het formulier model M35-H. Deze uitspraak gaat dus over de vraag wanneer de beslistermijn aanvangt. Het antwoord op die vraag is relevant voor het oordeel of, en op welk moment, de minister die termijn heeft overschreden. In zaken zoals deze, waarin het gaat om een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, moet de bestuursrechter dit toetsen.
De uitspraak op rechtspraak.nl