ABRvS 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5329

Bij besluit van 9 september 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 7 oktober 2020 afgewezen. [appellante] heeft verzocht om herziening van een besluit waarbij haar op grond van artikel 5a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand een vergoeding voor verlening van rechtsbijstand is toegekend. Zij wil naast deze vergoeding ook een toeslag op grond van het tweede lid van deze bepaling. De raad heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De rechtbank is de raad gevolgd in zijn standpunt dat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank heeft overwogen dat voorafgaand aan de door [appellante] ingediende declaratie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst de door [appellante] vertegenwoordigde rechtzoekende de aangevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Daarom kon de vraag of [appellante] recht had op een toeslag op grond van artikel 5a, tweede lid, van het Bvr ten tijde van de aanvullende declaratie van 27 september 2020 op basis van de toen vaststaande feiten en omstandigheden al worden beantwoord.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken