ABRvS 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5316
Bij besluit van 28 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woonde samen met haar man in bij haar ouders en zus. Na conflicten zijn [appellante] en haar man in december 2022 uit het huis gezet. Sindsdien heeft [appellante] geen vaste verblijfsplek. Het college heeft de aanvraag bij besluit van 28 september 2023, aangevuld bij besluit van 8 april 2024, afgewezen omdat [appellante] het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen. [appellante] heeft haar echtgenoot naar Amsterdam gehaald zonder te beschikken over adequate woonruimte. Vervolgens heeft zij een gezin gesticht zonder te beschikken over een zelfstandige woonruimte. Het college heeft hierover opgemerkt dat het tijdens de bezwaarfase in 2023 geprobeerd heeft om [appellante] ertoe te bewegen om hulp te zoeken voor opvang. Zij heeft aangegeven hiervan geen gebruik te willen maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl