ABRvS 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5285
Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van [verzoeker] de aan hem uitbetaalde subsidievoorschotten ten bedrage van € 217.047,-, exclusief wettelijke rente, van hem teruggevorderd. Bij email van 2 september 2025 heeft het college [verzoeker] laten weten dat het een dwangbevel zal uitvaardigen dat op 4 september 2025 aan hem zal worden betekend. De betekening van het dwangbevel heeft op deze dag ook plaatsgevonden. In het dwangbevel is vermeld dat de betaling plaats dient te vinden binnen twee kalenderdagen en dat, als de betaling niet binnen die termijn plaatsvindt, overgegaan zal worden tot het leggen van executoriaal beslag op de woning van [verzoeker]. Ook is daarin vermeld dat dit kan betekenen dat de woning op korte termijn zal worden verkocht om de vordering die het college op [verzoeker] heeft te voldoen en dat de buitengerechtelijke incassokosten die daarmee samenhangen ook voor zijn rekening zullen komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl