ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5188

Bij besluit van 8 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder een verzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] is sinds 2008 eigenaar van de woningen aan [12 locaties] in Den Helder. De woningen zijn gesitueerd in woongebouwen uit de jaren ’30, die nadien met een bouwvergunning zijn gesplitst en verbouwd. Op 9 mei 2017 heeft het college het saneringsprogramma wegverkeerslawaai "project Binnenhaven-Zuidstraat (N250)" vastgesteld. Dit is een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wgh. De woningen maken geen deel uit van het saneringsprogramma, omdat het college de woningen niet vóór 1 januari 2007 heeft gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, van de Wgh, zoals op grond van artikel 89, eerste lid van de Wgh was vereist. [appellant] betoogt dat de brief van het college van 27 juni 2018 geen besluit is op zijn eerdere verzoek van 2 mei 2018. [appellant] voert aan dat die brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat die brief geen rechtsmiddelenclausule bevat. Daarnaast wijst [appellant] erop dat hij na 27 juni 2018 met de gemeente heeft gecorrespondeerd over zijn verzoek van 2 mei 2018.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken