ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4541
Bij twee onderscheiden besluiten van 2 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer twee door [appellant sub 1] verbeurde dwangsommen ingevorderd. Bij drie onderscheiden besluiten van 14 februari 2023 heeft het college [appellant sub 1] gelast om binnen drie maanden de overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 2 van de Huisvestingsverordening Deventer aan respectievelijk de [locatie 1], de [locatie 2] en de [locatie 3] in Deventer te beëindigen en beëindigd te houden, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per last per geconstateerde overtreding per maand of een gedeelte daarvan met een maximum van € 30.000,- per last . [appellant sub 1] is bestuurder en enig aandeelhouder van onder meer een uitzendbureau dat arbeidsmigranten uitleent aan slachterijen. Hij is ook eigenaar of huurder van een aantal woningen in Deventer, die hij verhuurt aan de arbeidsmigranten.
De uitspraak op rechtspraak.nl