ABRvS 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4324

Bij besluit van 30 december 2021 heeft de burgemeester van Breda geweigerd een exploitatievergunning te verlenen voor het autoverhuurbedrijf van [bedrijf A] aan de [locatie 1] in Breda. [appellant] is samen met zijn broer [naam broer] vennoot van de vennootschap onder firma [bedrijf A]. De vennootschap exploiteert het autoverhuurbedrijf [bedrijf A] aan de [locatie 1] in Breda. [appellant] is daarnaast eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf B], dat ook is gevestigd aan de [locatie 1]. [broer] is daarnaast eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf A], gevestigd aan de [locatie 2]. Bij besluit van 30 maart 2020 heeft de burgemeester op grond van artikel 2:30 van de Algemene plaatselijke verordening Breda 2018 (hierna: APV) de autoverhuurbranche per 1 juni 2020 aangewezen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit, als bedoeld in artikel 2:31 van de APV. Op 16 september 2021 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een exploitatievergunning voor het autoverhuurbedrijf [bedrijf A]. De burgemeester heeft de vergunning geweigerd omdat [appellant] niet voldoet aan de eis dat de exploitant of beheerder/leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken