ABRvS 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3901

Bij besluiten van 3 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Betrokkenen hebben de Afghaanse nationaliteit. Zij hebben mede voor hun minderjarige kinderen, die zijn geboren op [geboortedatum] 2015, [geboortedatum] 2016 en [geboortedatum] 2023, asielaanvragen ingediend in Nederland. De minister heeft de aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Daarnaast heeft de minister in wat betrokkenen hebben aangevoerd geen aanleiding gezien om met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening de asielaanvragen zelf in behandeling te nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister voor Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit mag gaan. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de besluitvorming van de minister over artikel 17 van de Dublinverordening met betrekking tot de minderjarige kinderen van betrokkenen onzorgvuldig is geweest.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken